Bebouwing

Bebouwing

De woningen waren opgetrokken in een steensmetselwerkverband van rode stenen, formaat IJsselsteen, met gele accenten.

Er zijn twee type woningen te onderscheiden, waarvan 16 zogenoemde arbeiderswoningen. Het grondplan van de arbeiderswoning bestond in grote lijnen uit een hoofdbouw met kap, ca. 4,8*5 m2, en een aanbouw met lessenaarsdak, ca. 3*5 m2.

De aanbouwen waren ruggelings met elkaar verbonden. De arbeiderswoningen waren voorzien van een voorraadkelder, een bedstee, woonkamer, een bedstee, keuken met bakoven, en een slaapverdieping.

Buiten de woningen waren een varkenskot, het toilet en de regenbak gelegen.